woensdag, maart 30, 2011

Introducties, herenigingen en een nieuwe inboedel: De eerste maand in Kyoto in een notendop!

It's been a long time coming... maar hier ben ik dan toch weer, terug in de blog-o-sphere, met een gloednieuw avontuur! De tijd gaat hier aan de ene kant heel hard, waardoor ik me nu bedenk dat ik best een boel in te halen heb met het schrijven van deze blog, maar aan de andere kant voelt het allemaal ook alsof we hier nog helemaal niet zo lang zitten.

Laat ik beginnen met een korte recap van de eerste maand hier.
Na een afscheid van een toch royaal groot afscheidscommitee (dank allen!), hadden Eefje en ik weer een bijzonder lange reis voor de boeg. Na nog even wat Hollandse souvenirs te hebben gekocht voor onze Japanse kennissen (en een pak hagelslag voor mijzelf!), was het tijd om weer zo'n twaalf uur in een kleine, krappe ruimte te verkeren. De piloot riep van te voren om dat 't een vrij rustige vlucht was, met veel open plekken, maar dat leek mij wel mee te vallen. Ik had in ieder geval geen stoel achter mij (we zaten bijna helemaal achteraan), wat resulteerde in een horizontale Pyke. D.w.z., zo horizontaal als mogelijk in een vliegtuig. D.w.z, een verticale Pyke met een kleine afwijking naar achteren. De vlucht ging goed, het eerste uur, tot de piloot plots vertelde dat ze vrij heftige turbulentie verwachten boven Rusland. En als ik tegen één ding niet kan in een vliegtuig, is het turbulentie. Ik weet dat het veilig is, maar jezus, waren mijn handen een potje klef en zweterig. Het was gelukkig minder dan verwacht, en tussen de turbulente stukken door (leek me toch ook niet heel verstandig, maar ja) kregen we gewoon eten, dat aanvankelijk uitgesteld was.
Na mijn inmiddels zevende vlucht over Rusland kwamen we dan echt aan op Kansai International Airport. De buitenlander-paspoort-visa-check ging vrij snel (en buitengewoon ongeïnteresseerd aan mijn kant, en buitengewoon overgeïnteresseerd aan Eefjes kant), en ook onze tassen waren snel weer in ons bezit. Na de douane waren we weer officieel op Japanse bodem. En ik moet zeggen dat 't vreemd genoeg heel gewoon voelde. Niet meer zozeer alles nieuw, maar meer 'daar zijn we weer!'. Ook niet gek misschien, 't is inmiddels m'n vierde keer hier. Na een stapel geld te hebben gewisseld (m'n Japanse vriend Yuuki was zo lief om voor mij en Martijn een gigantische schep geld voor te schieten voor onze woningen, dus ik had een stapel Nederlands geld klaar liggen dat na inwisselen meteen door naar hem kon), was het eerste punt van business natuurlijk: CURRY! Jemig, wat had ik daar trek in! Japanse curry blijft één van die gerechten waar je me midden in de nacht voor wakker mag maken (granted, je kan me voor veel gerechten midden in de nacht wakker maken, maar dat ter zijde). Na die smakelijke midnight snack/ontbijt ('t was zo'n 9 uur 's ochtends in Japan, maar voor onze interne klokken dus pas een uur of 1 's nachts), gingen we treinkaartjes kopen. We bleken nog wat tijd te hebben, en er bleek ook een Tsutaya (boek/game/muziek/dvd-winkel) te zijn, dus ja, wat doe je dan na anderhalf jaar niet in Japan te zijn geweest? Juist, eventjes manga browsen! Heerlijk!

Souvenirs op Schiphol.


M'n eerste curry sinds m'n terugkeer naar de oriënt!

Na een treinritje waren we dan eindelijk in Kyoto! We (lees: Evelien) werden opgepikt op het station door twee studentes van Doshisha (de universiteit waar we studeren). Officieel werd ik niet opgehaald, omdat ik niet in een dormitory van de universiteit zit, maar we moesten dezelfde kant op, dus whatever! Weer een (ondergronds) treinritje later, kwamen we aan op Imadegawa, het station wat min of meer uitgehouwd is in de aarde onder de uni. Eefje (en haar kornuiten) en ik splitsten op; ik moest eerst naar m'n makelaar alvorens ik mijn nieuwe stekkie zou kunnen betreden! De makelaar zit schuin tegenover het universiteitsgebouw, dus ik kon meteen de sfeer een beetje opsnuiven. Ik had de weken voor vertrek veel gemaild met de makelaar, best een aardige vent, die luistert naar de naam Katsuya. Nogal een mannelijke naam in Japan. Ik had op de website van de makelaar een foto gevonden van de mensen die in het kantoor werken waar ik moest zijn; drie gasten en één vrouw. Ik vroeg me af welke van die mannelijke mannen mijn makelaar zou zijn. Dus vol spanning om nou eindelijk eens die penvriend te ontmoeten, kwam ik (vermoeid en wel) het door tl-verlichte kantoorje ingerold. De vrouw, die ik herkende van de foto, kwam op me af. "Ik zoek Katsuya-san..." ('san' kan voor zowel mannen als vrouwen gebruikt worden) begon ik, waarop de jongedame met een lach op haar gezicht haar hand uitstak; "Dag meneer Van Zon." Een aangename verrassing.
Wat volgde was een bergje papierwerk waar handtekeningen onder gezet moesten worden. Ik was moe, stonk en wilde gewoon m'n zware bagage kwijt, maar ja, wat moet, dat moet. Uiteindelijk kreeg ik een lift van Katsuya naar m'n appartement; Sowarie Maeguchi, nummer 411. Dus de vierde verdieping. En er bleek geen lift te zijn. Op zich geen probleem, beweeg je nog een beetje, maar met zware bagage is het wat minder. Toch zwoegde ik door, met het eind eindelijk in zicht. Alles leek in orde, alleen had ik nog geen gas; dat zou een paar dagen later komen als ik naar een bepaald nummer zou bellen. Dit betekende echter dat ik geen warm water had, en dus niet kon douchen... (het koude water was echt héél erg koud!). Dan maar gewoon even opfrissen, en naar Eefje. Ik wist gelukkig waar ze woonde, dus vond het vrij snel. Eefje woont op een plek waar ik toevallig twee jaar eerder ook was toen ik met de familie De Groot/Van Zon/Metselaar/Van Riet-Paap door Kyoto trok, dus was leuk om dat weer terug te zien. Met Eefje ging ik vervolgens wat inkopen doen. Je moet namelijk weten dat, omdat ik niet in een huis zit dat door de uni geregeld is, het helemaal leeg was. En dan bedoel ik ook leeg! Een aanrecht, douche, toilet en een paar ingebouwde kasten. That's it. Geen bed, tafel, zitplekken, koelkast, potten, pannen enzovoorts. Needless to say, een bed stond hoog op mijn prioriteitenlijst. Gelukkig zitten er binnen een paar minuten loopafstand een Muji (hele luxe, mooie huishoudelijke spullen) en een Conan (huishoudelijk, en goedkoop). Een combinatie van die twee is wat mijn kamer inmiddels zo'n beetje beslaat. Om even een tijdssprongetje te maken naar het nu, zo'n maand later, heb ik nu eindelijk m'n kamer ongeveer af. Beetje onzin natuurlijk, want na een jaar moet ik alles weer verkopen/verschepen/weggooien, maar ik maak er dit jaar in ieder geval goed gebruik van. Ik heb nu een bed (een futon, ik slaap op de grond!), een luxe tweedehands koelkast, keuken gerei, kasten, een rijstkoker, een kleed, zitkussens, een stoel zonder poten (ik leef nogal op de grond hier), een kotatsu (een tafel met een verwarming eronder voor de koude winterdagen), een douchegordijn en m'n laatste grote aankoop was een magnetron. Om zo maar even wat te noemen natuurlijk. Het is in ieder geval echt een woonplek geworden, dus daar ben ik erg blij mee.


De eerste avond, met Eefje in m'n verse bedje (l) en m'n stoel zonder poten (r)!
Nog geen kleed en tafel zoals je ziet...

Die zijn hier! De kotatsu van boven en van onder!

De coole koelkast (See what I did there?)! Inmiddels staat er een magnetron op.

Later in de week kwam Martijn, met letterlijk meer bagage dan Eefje en ik bij elkaar. Ook daar was niemand anders dan Milan, die aan Kyoto University studeert de komende twee jaar. Al met al was het een gezellig weerzien, waarna Martijn aan hetzelfde proces van papierwerk begon wat ik een paar dagen eerder had doorlopen. 's Avonds gingen we eten bij en okonomiyaki tent aan de overkant van de straat, waar Martijn inmiddels soort van kind aan huis is.
De dag erop, maandag, begon het echte feest! Twee dagen achter elkaar plaatsingstoetsen! Welk niveau je zou halen bepaalt natuurlijk welk niveau klassen je mag volgen, en vanaf een bepaald niveau kan je ook klassen voor Japanners volgen. Niet geheel onbelangrijk dus. De eerste toets, de schriftelijke, was opgedeeld van makkelijk naar moeilijk. Alleen was makkelijk al vrij moeilijk, en moeilijk snapte ik gewoon geen reet van. Dus lichtelijk verontrust verlieten we het lokaal weer. Maar daar was niet al te lang tijd voor, het was immers niet zomaar een maandag, maar maandag 28 maart, beter bekend als mijn verjaardag! Mijn 25e levensjaar begon dus met een stomme toets, maar 's avonds gingen we gezellig eten bij een Indiaas restaurant in het centrum, gevolgd door een ijsje bij Baskin Robins. Aldaar wilde ik meer dan twee bolletjes, ik wil verdorie een smaakfestijn in mijn mond! Na mijn verzoek te hebben geplaatst werd ik aangekeken alsof ik had uitgeschreeuwd dat Japan eens op moet houden met de walvisjacht (gezien walvis toch ranzig is); in andere woorden, alsof ik een idioot was. Toen ik het ijs kreeg begreep ik ook waarom; het bleek een epische berg. Maar ja, je bent maar eens per jaar jarig, dus waarom niet! Later kochten we nog een taartje om met z'n drieën thuis op te eten, maar daar ging Martijn op zitten.


IJs en taart!

De dag daarna was het tijd voor de tweede toets, de mondelinge. Martijn en Eefje hadden tegelijk een interview in gebouw A, terwijl ik op een andere tijd in een compleet ander gebouw zat! De angst begon te groeien dat ik het zo erg had verprutst op de schriftelijke toets, dat ik op een ander niveau zou komen. Mijn toets bleek eigenlijk gewoon een gesprekje te zijn over wie ik was etcetera, waaruit bleek dat ik toch wel een beetje Japans kan. Een paar dagen later kreeg ik dan gelukkig ook het goede nieuws dat we alsnog alle drie op niveau zeven kwamen, zo'n twee niveau's hoger dan dat nodig is om Japanse colleges te mogen volgen, en maar twee niveaus onder het hoogste niveau, dus ontevreden was ik zeker niet! Zogezegd, zo gedaan, dus de introducties volgden, en vakken werden gekozen. Geloof het of niet, maar mijn status als self-proclaimed meest luie van ons drie, heb ik de meeste vakken. Dat komt voornamelijk doordat ik twee vakken heb kunnen nemen die gaan over manga, Japanse strips, waar mijn scriptie/onderzoek ook over gaat gaan. Eén daarvan is voor buitenlanders, en daarmee gaan we zo af en toe naar het Kyoto International Manga Museum, zo'n tien minuten fietsen van de uni. Kijk ik wel naar uit! Het andere vak is nog leuker. Eén van de redenen dat ik aan Doshisha wilde studeren dit jaar is vanwege een zekere docent hier, die expert is op het gebied van manga, voornamelijk betreffende de 'god van manga', Tezuka Osamu. Ik mag Japanse colleges volgen, en wilde dus graag zijn college volgen. De titel was iets over moderne cultuur, dus niet echt specifiek manga, maar ja, ik wilde vooral gewoon les van die gast!
De eerste les die ik had aan Doshisha, zodra het jaar begon, was meteen het Japanse college van die docent. Was best intimiderend, als enige buitenlander in een ruimte met een paar honderd Japanse studenten (die overigens niet stil kunnen blijven tijdens lessen. Dat, of ze vallen in slaap op hun tafel). Toen de les begon, was ik plezant verrast; de les is in feite Tezuka Osamu les! Dus heel veel info over manga, en voornamelijk de grondlegger van manga zoals we dat nu kennen. Ik dacht helemaal dat ik in de hemel was beland toen de docent zei dat er niet echt huiswerk was, maar dat het het beste was om de verhalen van Tezuka te lezen. Met andere woorden: manga als huiswerk!!! Deze vent is nu al mijn held. Na de les ging ik mezelf even voorstellen, waarop hij zeer enthousiast reageerde; ik moest zeker een keertje langskomen om te praten over m'n onderzoek. Kreeg meteen z'n contact gegevens. Niet slecht, voor zo'n eerste uurtje.
Voordat de lessen begonnen waren er overigens dus nog wat introducties en dergelijken. Dit was voornamelijk vervelend gepraat over dat je geen drugs moet doen e.d. Een hoogte- (diepte?)punt was de internationale exchange club die langskwam om stel-jezelf-voor-bingo te doen met een groep universiteitsstudenten. Wij hadden hier helemaal geen zin in, en bleven dus maar gewoon zitten, terwijl een aantal ijverige studenten om ons heen aan het rennen waren om namen te verzamelen in een bepaalde vorm zodat ze een mysterieuze prijs konden claimen aan het eind van de rit. Doordat we bleven zitten kwamen er toch nog best wat mensen op ons af, waaronder een paar Japanners van de club, wiens namen we dan alsnog op konden schrijven. Achteraf bleek dat maar een paar mensen het hadden weten klaar te spelen om de gewenste bingo-vormen te maken, dus dan mochten de andere prijzen naar mensen die namen van de Japanners hadden gekregen. Drie keer raden wie dat waren? Passiviteit FTW! Dus daar heb ik een mooie, paarse Doshisha boodschappentas aan overgehouden. Wat heeft twee duimen en trolt Japan?

Juist ja!

Later die week was er ook nog een toelatingsceremonie voor de nieuwe uitwisselingsstudenten. Een mooie dienst, met een sterke christelijke smaak (Doshisha is een christelijke universiteit). Ook was er aandacht voor de ramp in het noorden van Japan, met een dankbetuiging dat we alsnog waren gekomen.

Gedrieën voor het logo van Doshisha; een scheve triforce, of een half Umbrella Corp. logo...

Ook kwam Ward aan in de tussentijd. Die studeert dit jaar aan Ritsumeikan, een stukje ten noorden van Eefje, en dus bij ons in de buurt! Dit resulteert in het kijken van films en het spelen van games. Lijkt mij niet slecht! En voor volgende week staat eindelijk de Book-Off (tweedehands boeken/manga/games/dvd-zaak) tocht op het programma! Meerder van die winkels in de stad bezoeken, en hopen op een goede buit! Ik heb er zin an!
Zo zijn we dus langzaamaan een beetje gesetteld, hoewel dit dus nog wel eens wat voeten in de aarde heeft. Ah, Japan. Ik zou toch bijna vergeten hoe bureaucratisch en inefficiënt je meer dan eens was. Voorbeeld:
Woensdag: Bankrekening openen (nodig voor telefoon en huur). Bankboekje kan niet meteen meegegeven worden, komt met de post zodat je identiteit bevestigd kan worden. Dit kan namelijk niet met bijvoorbeeld een paspoort, ter plekke. Vreemd, maar ja, het is en blijft Japan.
Donderdag: Thuis wachten op m'n bankboekje. Toch even naar de winkel, boekje zou gewoon in m'n brievenbus vallen, dus kan geen kwaad. Bij terugkomst een briefje dat ik afwezig was en of ik een brief naar hen wil sturen of zij mij nog een keer m'n bankboekje willen sturen... Naar het postkantoor gestormd, iets ingevuld. Uur later bankboekje alsnog in afgeleverd.
Een ander voorbeeld van bureaucratie, maar dan op de uni:
Bij de meeste colleges, zoals ook in Nederland, word de absentie bijgehouden. Waarschuwende vingertjes voor als we meer dan één of twee lessen zouden missen; met dit verplichte aanwezigheidpercentage zou je haast denken dat we in groepjes van twee hand in hand achter de juf aan naar de les moesten lopen, maar ach, in de praktijk valt het meestal wel mee. Echter, de uni vreest als niets anders voor buitenlandse studenten die er een keer niet zijn. Dus, wat is daar aan te doen? De studenten iedere dag naar het international office laten komen om daar een extra, algemene absentielijst af te tekenen! Wat een fantastisch idee! Het maakt niet uit of je maar één uur les hebt, of de hele dag op een compleet andere campus zit, je moet alsnog iedere dag langskomen om je krabbeltje te zetten. De lijsten liggen bovendien op de toonbank van het international office, in het enige hoekje waar studenten binnen kunnen komen. Op deze één of twee vierkante metertjes staat het iedere pauze dan ook propvol met studenten die op één van de lijsten hun naam zoeken en met een geïrriteerd gezicht zich tussen de mensenmassa door persen. Het nut van deze lijst is er simpelweg niet, behalve voor de studenten zelf; bij de één of twee lessen waar géén absentie afgenomen wordt, kan je dus alsnog gewoon aanwezig zijn! Thank you, loopholes!
Wat is Japan toch een avontuur...

Omdat we toch al zo'n twee weken les hadden en dus wel aan vakantie toe waren (en omdat ik Yuuki nog een pak geld schuldig was), zijn we vorig weekend richting Nagasaki getrokken. Voor mij en Eefje was het de eerste keer sinds ons vorige jaar weg dat we weer in Nagasaki waren, en dus ook dat we onze vrienden Yuuki en Arisa weer zagen. Vrijdagavond waren we met de shinkansen aangekomen in Fukuoka, de grote stad van het eiland Kyushu (waar Nagasaki ook op ligt), alwaar we herenigd werden met Yuuki. We konden bij hem slapen, maar voordat dat zover was hebben we eerst een hele tijd gezellig bijgepraat. De volgende dag gingen we vroeg met de bus naar Nagasaki. We hadden helaas wat vertraging, waardoor de spanning zich alleen maar opbouwde! Eenmaal aangekomen voelde het voornamelijk heel erg vertrouwd; alsof ik geen dag weggeweest was. Bijna alles leek gewoon nog zoals ik het anderhalf jaar eerder had achtergelaten. We gingen naar de Starbucks, waar ik voorheen elke week kwam, om daar met zowel Martijn als Arisa te meeten. De mensen in de 'Bucks keken hun ogen uit toen ze zagen wie daar weer binnen gewandeld kwamen; ze kenden ons gelukkig nog! Was erg gezellig, en als vanouds om ze weer even te zien. Even later kwam Arisa ook binnen, en was de reünie compleet. Met z'n vijfen zaten we nog lekker wat te drinken, en gingen we nog even naar de Stroopwafel winkel in de kelder (waar ze overigens geen stroopwafels hadden door de aardbeving). Daarna gingen Yuuki, Arisa, Eef en ik als vanouds met z'n vieren met de auto een tripje maken. Eerst werden we getrakteerd op lunch bij een prachtig restaurantje dat uitkeek over de zee, waarna we door gingen naar het plaatsje Obama (ja, je leest het goed), om daar in het langste voetenbad van Japan te relaxen. De bron aan de kust had ook nog andere uses; als je een ei een minuut in de bron zelf legde, was die lekker hard gekookt!

Weerzien met Yuuki!

Naast het restaurantje op de klif...


Obama...? Waar heb ik die naam eerder gehoord...?


Een echt heet-water-bron-eitje, en een heerlijk voetenbad, met uitzicht op zee.

's Avonds waren we uitgenodigd om te komen eten bij de ouders van Arisa. Dat lieten we ons natuurlijk geen twee keer zeggen! Arisa's moeder had zich uitgesloofd in de keuken en allerlei heerlijke Japanse gerechten voor ons bereid. Het was bovendien ook gewoon erg gezellig, met papa en mama Komatsu die geïnteresseerd veel aan ons vroegen en met ons bespraken. Ook onze souvenirs (zie helemaal bovenaan) vielen erg in smaak. Vooral het kleine wiel kaas was een grote hit, dus dat moeten we in de toekomst vaker doen! De avond bij huize Komatsu eindigde uiteindelijk in een potje armdrukken tussen mij en papa Komatsu, wat ik helaas verloor (wat wil je, die vent is een politieagent!). Daarover; ik ga dit jaar met Martijn en Milan wekelijks naar de gym. Lichaamsbeweging!
Na het eten gingen we met z'n vieren naar de enige plaats waar we per sé heen moesten; de Izakeya. Hoeveel avonden we daar door hebben doorgebracht in ons jaar in 'Saki, geen idee, maar het is een soort home-away-from-home, wat mij betreft. Helaas was Hide, onze grote vrind, er niet, maar Martijn wel. En, zo bleek, Matthias, die uit Tokyo naar Kyoto en Nagasaki was gekomen zonder dat aan mij en/of Eefje te vertellen (zie het filmpje op Martijn's youtube pagina om mijn reactie op Matt te zien). Matt en Martijn's band-/clubleden uit 'Saki waren er ook, dus dat werd een bijzonder gezellige avond voor hen. De details, zal ik besparen.
De dag erop gingen Eefje en ik 's ochtends op een tripje langs memory lane, langs winkels en plekjes waar we vaak kwamen in ons jaar in Nagasaki. Ook gingen we nog langs de clubkamer van de karate club, waar mijn teksten (die ik had opgeschreven met mijn afscheidsfeestje) gelukkig nog duidelijk op de muur gekalkt stonden. Er was alleen maar één persoon, die zich als een soort ninja onder een tafel vandaan wist te toveren toen we binnen kwamen. Volgende keer weer een feestje houden met de club. Later die middag hadden we afgesproken met Yuuri, sommigen misschien wel bekend (ze is ook naar Nederland gekomen). Ze is nu bezig met shushoku katsudo, een verschrikkelijk proces in het laatste jaar aan de universiteit, waarbij je talloze sollicitaties afgaat op zoek naar een baan. Ze kwam net van een interview, dus we waren blij dat we d'r nog even mee konden pikken. Het was in ieder geval als van ouds gezellig!
Later gingen gingen we weer naar Yuuki en Arisa, en gingen we met hen naar Suwa-jinja, de bekendste schrijn van Nagasaki. Dat was erg prettig, maar we waren ook vrij snel weer klaar. ik wilde per sé naar de Hustle Heart, een restaurantje waar ze fantastische torko rice (een Nagasaki-aans gerecht met rijst, pasta en vlees) hebben. De tijd voor het eten doken we een donut tentje in, alwaar we gezellig zaten te kletsen. Bij Hustle Heart, of Hussle-chan, herkende de bebaarde baas/kok ons ook nog, en maakte gezellig een praatje. Het eten was goed (hoewel ik per ongeluk een oester heb gegeten... dat was minder...), en we kregen gratis een toetje. Daarna was het weer door naar de bus, om samen met Yuuki terug te gaan naar Fukuoka. De dag erop (maandag), kwamen ook Martijn en Matt aan in Fukuoka, en namen we met z'n vieren de shinkansen terug naar Kyoto.


In de 'Keya!


Weer terug in good 'ol 'Saki!


De hereniging met Yuuri!


De Suwa-jinja, en Torko rice!

Teruggekeerd in Kyoto, moet ik overigens vermelden dat ik gisteren (zaterdag) definitief lid ben geworden van de film-maak-club! D'r was gisteren een screening van recent werk, waar wat behoorlijk indrukwekkende dingen tussen zaten. Heb meteen ook een rolletje weten te scoren in één van de komende films, dus heb er zin in! Nu zelf eindelijk ook maar eens een script uitpoepen! Volgende week is in ieder geval een groot welkomstfeest, dus ben benieuwd. Ken tot nu toe vooral hogerejaars (die overigens allemaal jonger zijn dan ik...), en daar is het erg gezellig mee! Ik zal foto's/films uploaden zodra ik die in handen krijg!

Nou, dat was weer een aardige update zou ik zo zeggen. Tot slot nog wat andere foto's!

Matt bleef nog een paar daagjes in Kyoto, waarop we dus naar een all-you-can-eat-pizza-restaurant besloten te gaan met de hele groep. Ook daarvan nog een foto of twee:


Die rechter pizza-punt smaakte niet zo lekker als 'ie eruit zag, vreemd genoeg...

Om deze cultuurloosheid een beetje recht te trekken heb ik hier nog wat foto's van de Kiyomizu-dera, wanneer de sakura in bloei staat:


Links de maan boven de ingang, rechts de sakura
(beiden genomen met m'n telefoon, best aardige kwaliteit nog!).


Twee foto's van Eefje.



En met z'n vieren (Eefje, Milan, Martijn en ik).

En nog wat andere sakura:


De eerste sakura in het keizerlijk park (bij de uni) (l), en op de fiets in Gion (r).

En, omdat ik hem niet van jullie wil onthouden, de meest bad-ass slot-verpakking op de planeet:


Voor wie het niet kan lezen:
Links: "Stainless steel shackle for increased resistance against thieving bastards."
Rechts: "Undoubtedly the perfect way to end a romantic evening is a light mugging followed by a relaxing common assault. Better still, your bike 'll remain safe and you can rush home to blog about your refreshing urban experience."

Iemand, geef de maker van deze verpakking een nobel prijs!

Tot zover, en tot blogs!

Pyke

dinsdag, maart 22, 2011

Spannende tijden; een nieuw begin!

Anderhalf jaar na mijn heroïsche terugkeer uit de Oriënt sta ik nu weer op het punt terug te keren voor een tweede ronde. Mijn jaar in Nagasaki, van september 2008 tot augustus 2009 was wellicht de doorslaggevende factor in mijn beslissing om na het afronden van mijn Bachelor Talen en Culturen van Japan (ja, ik heb een titel tegenwoordig!) verder te gaan met het Masterprogramma van de opleiding. Want: twee jaar, waarvan één in Japan! Na Nagasaki kon ik dat natuurlijk met geen mogelijkheid afslaan. En zodoende zit ik hier weer, een dag voor vertrek, mijn goede ouwe blog weer bij te schaven. Trouwe fans zullen zien dat 't er iets anders uitziet (lees: kleur en een plaatje links), maar ik kan jullie verzekeren dat de inhoud er niet onder zal lijden!

In ieder geval... Laten we even de grote, harige, venijnig hijgende olifant in het hoekje van de kamer bespreken. Het zal niemand ontgaan zijn dat nog geen twee weken geleden Japan geraakt werd door een aardbeving, gevolgd door een tsunami, gevolgd door grote problemen bij een kernreactor. In de afgelopen anderhalve week zijn er dus veel mensen op mij afgekomen om te vragen of ik nog ga of niet. Na het nieuws op de voet te hebben gevolgd, meningen van experts te hebben gelezen en adviezen te hebben gekregen van zowel de Nederlandse overheid als de de universiteiten in Japan én Leiden, heb ik met een gerust hart besloten inderdaad te vertrekken op de geplande datum; woensdag 23 maart, 2011. Dit heeft alles met de locatie van mijn buitenlandse verblijf te maken; Kyoto ligt heel ver van het rampgebied vandaan, en bovendien vrij goed beschermd tegen eventuele calamiteiten (ivm de geografische ligging). Tokyo is helaas een ander verhaal. Hoewel het in principe niet schadelijk is voor de gezondheid om daar nu te verblijven, heeft de universiteit Leiden Masterstudenten die naar Tokyo gaan (dat zijn er een stuk of 8 als ik het goed heb) verzocht hun reis te verlaten, onder het motto van 'better safe than sorry'. Maar goed, Evelien en ik zitten in Kyoto, en vliegen bovendien ook niet via Tokyo, maar direct via Osaka, dus wij zitten safe. En wees gerust; we nemen uiteraard de nodige voorzorgsmaatregelen (calamiteitenpotje, jozo zout, jodium pillen, just in case).

Nu dat uit de weg is, nog wat leukere zaken! Evelien en ik vertrekken morgen (!) om 1400 Nederlandse tijd naar Osaka, alwaar we 's ochtends vroeg (Japanse tijd) zullen landen. Daarna is het door naar Kyoto, met de trein of bus. Eefje wordt door de universiteit daar opgehaald (zij zit in een dormitory van de uni), maar omdat ik op mezelf ga wonen (met Martijn Heule in hetzelfde gebouw, maar aparte kamers) moet ik mijn eigen boontjes doppen. Dus vanaf Kyoto Station met de metro naar mijn makelaar, om vervolgens nog wat papieren e.d. te regelen. En dan naar mijn kamer! Heb 'm natuurlijk nog niet gezien in het echt, enkel foto's en Google streetview, dus ben erg benieuwd! De kamer is helemaal leeg, dus ik ga meteen dezelfde dag op zoek naar meubeltjes; een tafeltje, een stoeltje, een bed. Overigens heb ik het in m'n hoofd gehaald om op de grond te gaan wonen, in verband met de beperkte ruimte (ca. 17m2). Dus ga ik voor een Japanse futon om op te slapen, een stoel zonder poten om op de grond toch lekker te kunnen zitten, en een lage tafel (hopelijk een kotatsu voor in de winter!).
De makelaar wil graag nog wat belangrijke info hebben, dus de dag daarop zal waarschijnlijk gevuld zijn met het in de rij staan bij het stadhuis voor een verblijfsvergunning, in de rij staan bij de bank voor een Japanse bankrekening en in de rij staan bij de telefoonzaak voor een Japanse mobiel. Maar ja, dan heb je ook wat! Zondag komt Martijn aan in Japan, wat later dan gepland, dus dan hebben we weer een dag vol vertier klaarstaan. En tot slot hebben we op maandag de 28e (inderdaad, mijn 24e verjaardag!) een plaatsingstoets, gevolgd door, verrassing, nóg een toets op de 29e! Wat een feest!

Zoals je merkt, genoeg te doen de komende tijd. Ik hoop deze blog weer zo nu en dan te kunnen voorzien van een leuk verhaaltje (met wat meer anekdotes dan in deze...). Door het wonder van Facebook (voor Nederlanders) en Mixi (voor Japanners) is het ook gemakkelijk om even snel een update de wereld in te slingeren, dus voeg me gerust toe!

Tot blogs!

Pyke

vrijdag, juni 19, 2009

Blast From The Past Blogs: Water en Vuur, Visite uit Beppu en Op Naar Korea

Als je dit leest; bedankt voor het vertrouwen in de uiteindelijke voortzetting van mijn blog! Ik weet, het heeft een zeer geruime tijd op zich mogen laten wachten, maar met wat tromgeroffel kan ik dan toch eindelijk weer een stukje publiceren op het prachtige medium dat het interweb heet. Zoals in m'n vorige blogje stond; deze blog stond al in de steigers, maar daar heeft 'ie dan ook een hele tijd gestaan. Het volgende verhaal is door experts gedateerd anno maart jl. Deze blog tik ik uiteraard af, met wat verwijzingen hier en daar naar verwante blogposts van andere Japan-gangers, en ik zal 'm binnenkort (hopelijk wat sneller dit keer) opvolgen met een wat recentere. In the meantime; zet je retro-bril op, en geniet van de Blast From The Past; Maart!


Inmiddels hebben we alweer even vakantie hier in Nagasaki. We zitten tussen onze twee semesters in, wat dus ook min of meer de helft van onze tijd hier betekend. Ik ben nog nooit zo lang weg geweest uit Nederland, maar ik denk dat niemand die deze blog leest verbaasd zal zijn als ik zeg dat ik me hier ongelofelijk thuis voel. Natuurlijk mis ik m'n vrienden en familie, maar dankzij Skype e.d. zijn dat soort problemen meteen ontzettend afgenomen. Ik kan me in ieder geval nog helemaal niet voorstellen om weer naar Nederland te vertrekken. Een heel raar idee...

Maar genoeg met de overpeinzingen, tijd voor wat geblog over de afgelopen tijd. Zoals dus al gezegd hebben we nu vakantie, wat inhoud dat ik heerlijk uitslaap en op m'n gemak de stad in ga. Ook heb ik veel tijd voor het lezen van m'n immer groeiende stapel(s) manga, wat ook steeds sneller gaat. Het is erg fijn om te merken dat ik steeds minder woorden op hoef te zoeken, en boekjes veel sneller uitgelezen worden. Geeft me zeker het gevoel dat ik inderdaad vooruit ben gegaan. Yuuki merkte laatst opvalend genoeg op dat hij bij onze ontmoeting dacht dat ik, in vergelijking met Eef, nog niet echt heel goed was, maar dat ik inmiddels écht "perapera" ben geworden; vloeiend voor buitenlanders. Hoewel ik zelf nog niet het gevoel heb dat ik heel vloeiend praat, is het in ieder geval een fijn idee dat er vooruitgang in zit.
Voor de vakantie begon, hadden we nog wat toetsen, waarvan bijvoorbeeld conversatie heel goed ging (de docent zei dat ik veel beter was dan ze eerst dacht. Hehe...), en schrijfvaardigheid een stuk minder ("Hé, ze zei niet dat we dit soort dingen moesten leren!"). Maar we hebben niets meer erover gehoord, en geen nieuws is goed nieuws zullen we maar zeggen.
Ondertussen is het weer in Nagasaki een beetje vreemd aan het doen, met een ritme. Wat de regel een beetje lijkt is een dag verschrikkelijke regen, en dan een dag prachtig weer, gevolgd door X aantal dagen matig. Dat gaat nu al de hele vakantie zo, begonnen met een regenbui zó heftig dat toen er letterlijk een soort rivier ontstond langs de heuvels die we beklommen om thuis te komen. Bovendien waren m´n schoenen dermate doorweekt, dat het letterlijk een week geduurd heeft voor ze weer droog waren. Om die avond de zaken nog erger te maken; we waren net binnen, een beetje onszelf aan het opdrogen en droge kleren aan het aantrekken (Rolf en ik waren buiten de deur wezen eten gezien we niets in huis hadden), toen plots, met bijzonder veel lawaai, het brandalarm af ging. Om het iets interessanter te maken; het brandalarm, een grote kast, gemaakt om lawaai te produceren, staat recht voor mijn raam. Dus wij vreesden het ergste; naar buiten in deze stortvloed. Inderdaad was het geen test; er hing rook in het trappenhuis. Maar wat bleek; iemand had iets op het vuur laten staan terwijl 'ie lekker iets voor zichzelf ging doen.

Halverwege Maart was het dan eindelijk tijd voor een bezoeker van een vergelegen plek, namelijk Beppu. Steven Scheerooren is zijn naam, en voor 6 dagen bivakkeerde hij gezellig hier in Nagasaki. Natuurlijk heeft hij er ook uitgebreid verslag over gedaan. Bivakkeren is natuurlijk vrij te vertalen naar heerlijk relaxen, wat, zoals Steven al schreef, ook een kunst op zich is. Ik had bovendien een tvtje gekregen van de vader van Arisa, die weer thuis kwam wonen (hij woonde voor z'n werk ergens anders), en dus z'n tv niet meer nodig had. Meteen de PS3 erop aangesloten en weer als vanouds lekker gegamed! Natuurlijk ook veel van de stad laten zien; tempels, schrijnen, winkelcentra en restaurants, het kan niet op!

Steven, Arisa en Yuuki zijn bij ons op bezoek; en dan maak ik natuurlijk Nabe!

Naar Suwa-jinja (zoek Steven!)

Eef en ik hadden die zaterdag een date met Yuuki en Arisa om naar de onsen (hete bronnen) in de buurt te gaan (Steven ging op pad naar o.a. het Vredespark). Toen we aankwamen bij de afgesproken plek echter, bleek dat Arisa d'r auto zowaar gecrashed had! Terwijl ze met haar radio bezig was was ze namelijk tegen een muurtje gebotst. Gelukkig niets ernstigs (behalve dat het een gloednieuwe auto was); Arisa kwam er met de schrik vanaf. Maar dit betekende wel dat het uitje uiteindelijk gecanceled werd. In plaats daarvan gingen we met z'n allen (dus incl. Steven en later ook Sander en Rolf) naar de sushi tent in Hamanomachi, alwaar we genoten van o.a. heerlijke knakworst-sushi.

Arisa, nog half verlamd van schrik, wordt nu alweer belaagd door vreemde heren.

Natuurlijk was ook de verjaardag van ons-aller-geliefde krullenbol Martijn in deze week, wat gevierd werd in Nagasaki-stijl; bij de 'Keya. We hadden de zaak voor onszelf, dus er werd ook volop gesocialized met de aanwezige stafleden. Ook een first; het "Russian Roulette" spelletje; jagamochi (balletjes met, ehm, kaas? Je zou denken aardappel...), waarvan een gevuld is met hete saus. Rolf was de gelukkige, waarop veel water achterover geklokt werd. (NB: Ten tijde van het publiceren van deze blog is dit spelletje al vele malen gespeeld. Echter, het wordt steeds makkelijker om van buiten de "vuurbal" te herkennen, dus die wordt dan meer dan eens aan een unsuspecting Matthias doorgegeven.)
De rest van de week was dus, zoals al vermeld, gezellig rondtrekken met Steven. Dit betekende ook natuurlijk weer naar Deshima, waar ik inmiddels al een keer of 7 moet zijn geweest (het gemiddelde van de andere Nederlanders ligt rond de 1?). Maar wat gezegd moet worden; ik vind iedere keer weer een nieuwe kamer waar ik eerder nog niet was geweest. Deshima veranderd voor mij zowaar in een heuse speurtocht! Langs de tatami-kamers, langs miniatuur-Deshima, en natuurlijk het oerlelijke beeld van de jaloerse Portugezen die weer eens aandacht te kort kwamen. De volgende keer verwacht ik de ondergrondse martelkamer van de Hollanders te vinden. En hun DVD-collectie.
Naast Deshima ook naar de plek geweest waar vroeger het huis van Siebold heeft gestaan. Na een ellelang stuk lopen werden we dan ook beloond met een... plek waar vroeger een huis stond. En een gesloten museumpje. Maar ja, hebben we dat ook weer gehad. Een andere ontdekking is die van een mini-dierentuintje recht naast de Suwa-jinja. Ze hebben er apen, kippen, eenden en nog wat vreemde beesten. 'Tis in ieder geval gratis, en daar kan Artis niet tegenop lijkt mij zo!

Hier lacht Rolf nog...

Nagasaki's best kept secret...

Als je denkt dat Maart al vol was met bovenstaande, dan heb je het goed mis! Naast alle avonturen in (en rondom) de good-'ol 'Saki, zijn we zelfs naar het buitenland geweest! Namelijk met Yuuki en Arisa naar Pusan, de op-een-na grootste stad van Korea (Zuid....).
Voordat het zover was moesten we natuurlijk wel de Japanse bureaucratie nog even doorploegen. Gezien we een eenjarig visum hebben, moesten we eerst een formulier invullen voor het internationale studenten centrum. Hiermee moesten we dan naar een rokerig, grijs gebouw in een uithoek van de stad (waar we lang naar op zoek zijn geweest), alwaar we kopieen van onze paspoorten et al konden inleveren. Hierop werden we weer naar de andere kant van de verdieping gestuurd, om een stempel te kopen in het meest belachelijk verstopte "winkeltje" dat ik in tijden heb gezien. Met deze stempel konden we weer terug naar het oorspronkelijke kantoortje, waar we met nog wat krabbeltjes hier en daar eindelijk toegestaan werden drie nachtjes het land te verlaten.
De avond voor vertrek besloten we in onze wijs- en slapeloosheid de nacht door te trekken met Die Hard, gezien we toch erg vroeg op moesten voor de bus naar Fukuoka (vanuit waar we met de boot naar Korea zouden gaan). Het spreekt voor zich denk ik dat we min of meer knock-out waren in zowel de bus als de op de boot. Dus het duurde niet lang of ik had een mooie nieuwe stempel in m'n paspoort; ditmaal van Korea. Hoewel in Japan de yen dit jaar belachelijke hoogtes bereikte (NB: ten tijde van schrijven is het weer enigzins gedaald), zit de Koreaanse won duidelijk in een dip. Voor mijn 4 Japanse man (40.000 yen, zo rond de 320+ euro) kreeg ik een stapel wons in m'n handen waar Oom Dagobert U tegen zou zeggen.

WTF!

Al gauw bleek dat ik wel erg enthousiast gepind had. Alles in Korea is strontgoedkoop. De taxi naar ons hotel was maar een paar euro (wel een erg onvriendelijke chauffeur, en het rechts rijden is weer enigzins onwennig na een half jaar links), en ook eten etc. kost maar een paar euro, hoe luxe het ook mag worden. We gingen voorzichtig op stap, met handen op de zakken en tassen, gezien ons werd verteld dat er nogal eens wat zakken gerold worden. Hoewel dit in vergelijking met Nederland misschien ongeveer op gelijk niveau staat, is het voor ons tere aan-Japan-gewend-geraakte zieltjes weer even schrikken bij zo'n waarschuwing. Verjapansing in process? In ieder geval, al snel zaten we op het pad richting het centrum. Dit pad, of eigenlijk brede steeg, was gevuld met goedkope kledingzaakjes aan de zijkanten en rijen stalletjes met nog goedkoper eten in het midden. We zochten snel een onderkomen in een intellectueel ogend cafeetje (iets met boeken, dan zit het wel snor) waar echter geen klant te bekennen was. Voor een paar euro maakte de vriendelijke mevrouw achter de toonbank heerlijke wafels en koffie voor ons op Koreaans verzoek van een lichtelijk zenuwachtige Eef. Zoals de meeste lezers wel zullen weten heeft Eef namelijk vorig jaar met groot succes Koreaans gestudeerd als bijvak in Leiden. Dus voor haar was de reis extra spannend.

Engrish; een ware wereldtaal.

Japanners zijn voor Korea wat Duitsers zijn voor Zandvoort; ze zijn er de laatste tijd in grote getalen, en spreken natuurlijk alleen hun eigen taal. En ze graven gaten? De reden voor de stortvloed Japanners is uiteraard de spotgoedkope won. Dus, na wat verfrissende wafels was het tijd voor winkels. En inderdaad; alles is duidelijk goedkoper dan Nederland en/of Japan; zelfs de (relatief dure) merkwinkels. Na dit een tijdje gedaan te hebben gingen we door om twee vriendinnen van Arisa te ontmoeten. Deze twee Koreaantjes, praktisch vloeiend in Japans, waren op uitwisseling bij de Komatsu's langsgekomen en gingen ons nu meenemen naar een goed, Koreaanig restaurant. Het resultaat was een restaurant in het centrum (wederom slechts een paar euro voor een goed vullende maaltijd). In grote wokpannen werd pittig eten voor ons neus op tafel gezet, gevuld met alles van inktvis tot koe, met een oneindige hoeveelheid kimchi "on the side." En nogmaals; alles is pittig. Heerlijk als je er aan gewend bent, wat minder als dit niet het geval is (zoals bij Eef). Maar zelfs ik had last van vurige toiletbezoekjes tijdens en na het Korea-avontuur, moet ik eerlijk bekennen.
Na het eten werden we meegenomen naar Pusan Tower, een toeristenplek en uitkijktoren over de stad. En het moet gezegd worden; "Maar het uitzicht is fantastisch."

Een ware bak met eten. "That's a spicy meat 'a-ball!"

Met Yuuki voor de toren.

De dames. De Koreaantjes waren uiteraard meteen Eefje's grootste fans.

De vele mooie lichtjes bleken tevens een goede afleiding voor opkomende hoogtevrees.

De tweede dag begon met een lekker ontbijtje (pittig), en een lekkere wandeling langs wat warenhuizen etc. De lunch was, toeristisch genoeg, eentje van burgers. Maar dan dus wel de Bulgogi Burger, ofwel de McKroket van Korea. We waren zo goed in de smaak gevallen bij de Koreaantjes (vooral Eef), dat hoewel we ze eigenlijk maar 1 keer zouden ontmoeten, ze deze dag ook weer lekker met ons gingen optrekken. Gezien het verzoek van mij en Eef om naar een tempel te gaan (cultuur, zowaar!), hielpen ze ons met het vinden van de weg. Eerst ongeveer een half uur met de trein voor nog niet eens een euro, gevolgd door een stukje lopen en een busritje. Eef en ik hadden echter het idee dat, gezien onze ervaringen van afgelopen zomer, we het stukje ook best konden lopen bergopwaarts. Voor ons viel het gelukkig ook wel mee, en we hadden een prachtige wandeling door een mooi bebost gebied, maar of de rest van de groep er zo blij mee was is nog steeds een beetje onduidelijk. Nou ja, in ieder geval ga je er niet dood aan zullen we maar denken.

Natuur!

Ook Koreanen hebben gevoel voor humor. Of ze zijn blind. Een van de twee.

Eenmaal aangekomen bij de tempel werden we zeer prettig verrast. Eef en ik waren erg gewend geraakt aan de Japanse tempels die we van de zomer zoveel hebben gezien, en die we natuurlijk ook in ons jaar in Nagasaki meer dan eens zijn tegengekomen. Deze tempel echter, in tegenstelling tot de "normale" Japanse tempel, was rijkelijk versierd met allerhande beschilderingen, wat het geheel, op de berg vol kale bomen, een prachtig contrast gaf. We gingen het hele terrein rond, en kwamen inderdaad prachtig versierde muren en beelden tegen. Zoals gezegd hielp de natuur meer dan een handje mee, als geweldige achtergrond die bij iedere schilder of filmmaker gretig aftrek zou vinden. Zoals Harry en ik deden in Nara, inmiddels meer dan drie jaar geleden, besloten we een dakpan te doneren aan de tempel, waar we dan ook met z'n allen een wens op konden schrijven. Met Nederlands, Japans en Koreaans is het zonder twijfel de meest internationale tegel in het complex lijkt mij zo.

Voor de poort.

Up close.

De meest internationale tegel van het complex.



Na afloop daalden we de berg weer af en begaven we ons weer richting centrum voor wat (pittig) eten. Wederom was het zoveel dat we het bijna niet op kregen, voor luttele euro's per persoon. Vervolgens werd er nog even verder gewinkeld. Namelijk naar electronica-gerelateerde producten. Ik wilde graag kijken naar DVD's (in Japan zijn die krengen onbetaalbaar) en Eef wilde een Japans-Engels-Koreaans digitaal woordenboek kopen. Beide missies lukten, en in beide gevallen waren we slechts ongeveer een derde van het geld kwijt dat je er in Nederland en/of Japan voor zou betalen. Tijd voor avondeten (Aziaten eten nou eenmaal de hele dag door), wat weer in ware Korea-stijl ging gebeuren. De naam ben ik vergeten, maar het is voor zover ik weet de Koreaanse versie van een gezellig cafe of izakaya, waarbij je met z'n allen lekker eet. Je braad vlees, knipt (!) het in stukjes, doet het vlees met allerhande andere lekkernijen in een blad sla, en voila, je hebt een Koreaanse specialiteit.

Erg smakelijk en uitgebreid, zoals je ziet.

Waarom snijden als je een schaar hebt?


De derde en laatste dag begon met een speurtocht door de steegjes achter het centrum. Yuuki's broertje was een tijdje eerder in Pusan geweest, en had een goedkope nep portefeuille aangeschaft. Echter, deze werd weer afgepakt toen hij weer terug ging naar Japan. Dus aan Yuuki (ons) de taak een nieuwe te kopen. Blijkbaar zat er ergens in een van deze steegjes een winkel gevuld met namaak spul, maar gezien we alleen een kleine foto hadden van een kaartje op een buisinesscard, schoot de speurtocht niet heel erg op. Uiteindelijk vonden we de winkel dan toch eindelijk; de ruiten waren geblindeerd, en er zaten mannen in laboratoriumjassen voor de deur. We werden naar binnen gelaten alwaar nog meer mannen en vrouwen in labjassen namaak-designer-spul verkochten. Niet lang na ons kwam ook een grote groep Japanners van middelbare leeftijd binnenpuffen, wat het visualiseren van de rol van Japanners in de huidige economie van Pusan en omstreken weer enigszins vergemakkelijkte.
Nadat de imitatie waar was aangeschaft, gingen we nog even de stad in voor de laatste inkopen; ik wilde graag een Koreaanse manga of twee voor bij mijn Japanse collectie. Ik kan er natuurlijk niet veel mee, maar ik heb nou eenmaal een gigantische verzameldrang. Bovendien tikte ik nog wat toffe kleren op de kop. Dit allemaal met de hulp van Eefje, die het nodige vertaalwerk verrichte.

Na lang zoeken in straatjes als deze, vonden we dan uiteindelijk toch...

Het mecca van namaak-shit!

De Bulgogi Burger van de Mac. Hij smaakt wel goed...

Dat lijkt me... duidelijk...?

Aan alle goede reisjes komt uiteindelijk een eind, en zo kwamen we weer uit bij de haven van Pusan. Na een lange reis terug en nog wat rond-gekijk in Fukuoka was het dan ook weer terug naar 'Saki. Maar dan wel een goede experience rijker!
(NB: Ten tijde van publicatie is een van de Koreaantjes weer in Japan aan het studeren, en wil graag met Eefje komen spelen. Eefje heeft een grote impact achtergelaten daar in Pusan, dat blijkt wel weer...)
Tot slot nog een paar foto's van Koreaans eten, in de winkel, op straat en in restaurants. Ik heb mij vele malen verbaasd, laat ik het zo zeggen... (Voor verdere verhaaltjes over ons Korea-avontuur kan je natuurlijk ook even bij Eefje kijken.)

Intvisjes in tanks langs de straat.

Tricolore.

Zeewier...?

En natuurlijk een pannetje riekende, kokende larvensoep!


Zo. Dat was weer even een kleine update, die hopelijk een beetje heeft geillustreerd wat ik nou toch al heb gedaan de laatste tijd. Maar er volgt natuurlijk ook meer. Ten eerste zal ik ter lering en (vooral) vermaak wat meer foto's van Korea online zetten (zie de link bovenaan, rechts). En ik zal, ditmaal dus wat sneller, een wat recentere update geven. Want wat is er verder allemaal gebeurd? Wat dacht je van Harry, AKA "Pap," die langskomt; een nieuwe tutor; lidmaatschap van een sportclub; het schrijven van m'n Japanse "onderzoekspaper", en nog veel, veel meer. Dus stay tuned, en tot blogs!

P